Koormuziek uit Het hart van Europa

Koormuziek uit Het hart van Europa


Evenementgegevens


“Alle grote musici componeren vanuit de liederen van het eenvoudige volk”. Dit schreef de Tsjechische componist Antonin Dvořák in 1893 toen hij al geruime tijd in Amerika woonde en daar de opdracht had om muziek te creëren die “typisch Amerikaans” zou moeten zijn. En verder schreef hij: “Zelf heb ik me beziggehouden met de nagenoeg vergeten melodieën van de Tsjechische boeren en ik vond daarin de richting voor de meest serieuze werken. Slechts op deze wijze kan de kunstenaar zijn ware gevoel en het karakter van het volk tot uitdrukking brengen”. Hij spreekt hiermee uit het hart van menig andere meester uit zijn tijd zoals Liszt, Tschaikowsky, Smetana, Chopin. Zij vonden hun muzikale en   emotionele wortels in de heimat waar zij vandaan kwamen: Hongarije, Polen, Tsjechië en andere Slavische landen en de Balkan en brachten een verbinding tot stand met de aristocratische muziek-culturen in de anderen regio’s van Europa en over de grenzen heen. Veel bewoners van deze Centraal-Europese landen zijn opgevoed met muziek en kennen oneindig veel liederen uit het hoofd. Als iemand op een avond onder vrienden begint met zingen, kan het gebeuren dat men de hele nacht doorgaat. Veel mu-ziek is dansmuziek en als de stemming stijgt blijft niemand zitten. Men geeft graag ruimte aan heftige, soms impulsieve emoties. Maar ook de koormuziek is uitermate populair en heeft een lange traditie. Deze muziek is zacht, uitdagend en lieflijk, van fluisterend tot vrolijk, maar ook bescheiden en berustend. Het verklankt het leven met de natuur en de onontkoombare werkelijkheid van het leven. Er wordt gezongen over de oogst en het leven en de dood. Vaak heeft deze muziek een melancholisch karakter. Zo b.v. in het koorstuk “Kacena divoka” (de wilde eend), de klaagzang van een eend die door een schot verwond wordt en het lot van haar kleintjes betreurt. Of in het lied “Rozsa Madrigal” van Farkas waarin de filosofie in de zang van een merel de mens een les kan leren.   In de 20ste eeuw hebben componisten de volksmuziek ook op een wat wetenschappelijke manier benaderd en voor hun eigen composities bewerkt. Het eerste samenvattende werk over de volksmuziek werd door de Hongaarse componist Béla Bartók in 1924 met als titel “A Magyar Népdal” (Het Hongaarse Volkslied) uitge-geven. Hij ontdekte aan de hand van zijn vakgenoot componist Zoltán Kodály deze muzikale schatten. Met een opname-apparaat trok Bartók vanaf 1905 de bergen van Hongarije in, om ten slotte thuis te komen met zo’n zesduizend volksliederen. In 1913 ging hij zelfs naar Algerije en verzamelde daar zo’n tweehonderd Arabische melodieën. Zijn roem verwierf Bartók door deze onderzoeken en de wijze waarop hij de volkse tradities in zijn muziek verwerkte.   In zijn composities is de oerkracht nooit ver weg.        
Kamerkoor Amphion neemt u in dit programma mee op een vogelvlucht naar de muziek van deze landen in het hart van Europa, waar zo veel belangrijks is gebeurd in de muziekgeschiedenis en laat zien waar de wortels liggen voor interessante ontwikkelingen in de muziek van toen en van onze tijd.

zondag 8 december 2019 om 15:00 in de Oranjekerk
Tweede van der Helststraat 1-3 1073 AE Amsterdam

 

Kamerkoor Amphion

Reacties zijn gesloten.